Hoe ontstaat lage rugpijn? Je wervelkolom is een belangrijk onderdeel van je rug. Je wervelkolom loopt van je bovenste nekwervel, net onder je schedel, naar je stuitje. Door je wervelkolom lopen zenuwbanen die onder andere aftakken naar je armen en je benen. Tussen de harde wervels van je wervelkolom zitten zachtere tussenwervelschijven. Deze zorgen er voor dat je rug kan bewegen, dat je kunt buigen en kunt draaien.

Je rug is ook erg sterk. Dit komt door spieren en banden die al de gewrichten in je rug goed op hun plaats houden. Ze zorgen er voor dat bewegingen veilig en gecontroleerd verlopen. Maar als de samenwerking tussen je spieren en je wervels en tussenwervelschijven niet meer in balans is, kunnen er zenuwen bekneld raken en dat kan je rugpijn bezorgen. Deze rugpijn kan dan uitstralen naar je bil of je been. Als de samenwerking tussen je spieren niet goed is kun je spierpijn krijgen in je rugspieren. Ook die pijn kan hevig zijn.

Hier volgen oefeningen die je kunt doen als je lage rugpijn hebt. Doe de oefeningen op een matje of op vloerbedekking.

  1. Ga op je rug liggen met je knieën gebogen en je voeten plat op de grond. Trek nu één voor één je benen naar je buik en pak ze vast onder je knieën of in je knieholtes. Als je wilt kun je in deze houding kleine rondjes gaan draaien met je benen;
  2. Houd je benen naar je buik en breng je neus en je knieën wat naar elkaar toe. Houd deze houding 15 tellen vast;
  3. Zet je voeten weer op de grond. Je knieën blijven gebogen. Sla dan je rechterbeen over je linkerbeen. Trek nu je benen naar je buik en pak ze vast. Houd dit weer 15 tellen vol. Zet je benen weer terug en sla je linker been over je rechter been. Trek je benen weer naar je buik en houd ze weer 15 tellen opgetrokken. Zet je benen weer op de grond;
  4. Zet je voeten naast elkaar op de grond en je knieën zijn gebogen. Druk nu je onderrug goed op de grond en houd hem daar gedurende de oefening. Trek één voor één je benen naar je buik en zet ze weer één voor één terug. Herhaal dit 10 keer;
  5. Vlecht je vingers in elkaar en leg je handen onder je hoofd. Kom nu een klein stukje schuin omhoog en breng je rechter ellenboog richting je linkerknie. Probeer hierbij niet aan je nek te trekken, maar haal de spierkracht uit je buikspieren. Doe dit 10 keer. Doe hetzelfde naar de andere kant, je brengt dan je linker ellenboog een klein stukje in de richting van je rechterknie.
  6. Leg je armen weer naast je. Duw nu je hele rug omhoog van de grond. Zorg dat je hierbij door blijft ademen. Je rust nu op je voeten, je schouders, je armen en je hoofd. Blijf 15 tellen in deze houding staan. Rol dan weer heel langzaam, van boven naar beneden terug.
  7. Strek je benen en adem een paar keer langzaam in en uit. Probeer bij elke uitademing jezelf wat dieper in het matje te laten zakken.

Succes met de oefeningen! Als ze te zwaar voor je zijn of je krijgt er meer klachten van, neem dan vooral contact met me op.